moker%20en%20beitel    terug naar  home

 

 

                                                           photo001            Davylamp

Mijngas en afzuiging van mijngas

Mijngas is ontstaan bij inkoling van plantenresten en is altijd al de grootste vijand geweest van de mijnwerker. Komt in 100 liter lucht 5 tot 15 liter mijngas voor, dan kan dit mengsel door een open vlam of vonk tot een ontploffing worden gebracht. Daarom is het zaak zoveel lucht in de mijn te brengen dat dit percentage niet wordt bereikt. In het Mijnreglement is opgenomen dat de lucht in een mijn niet meer dan 1,5% mijngas mag bevatten..Op de Staatsmijn Maurits werd per minuut ongeveer 24.000   verse lucht naar binnen gezogen. Gaat men dieper dan neemt dan stijgt het aantal m³ gas dat per ontgonnen ton kolen  wordt ontgonnen. Bijvoorbeeld: op de Staatsmijn Emma  op de 325 meterverdieping bedraagt het mijngas slechts enkele  m³ per ton kolen , op de 546 reeds 15 en op de 700 meter verdieping reeds meer dan 30 m³ perton . Dus er is ontzettend veel ventilatielucht nodig. Men zou dan grotere ventilatoren moeten bouwen, meer gangen moeten aanleggen om de lucht te verspreiden. Dit betekent enorme kosten. Men heeft hier mogelijkheid bestudeerd om het mijngas anders dan door verdunning met ventilatielucht onschadelijk te maken. Men heeft een mogelijkheid gevonden in het afzuigen van mijngas. Dit werd toegepast in de Staatsmijn Emma en Hendrik. Mijngas is ook brandbaar en het afgezogen gas werd gebruikt als stookgas op de Cokesfabriek Maurits in de verbrandingskamers van de ovenbatterijen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                       benz  Foto Mark van der Hurk                                                                        Uitleg werking davylamp

Gebruik benzinelamp

 

 

 

 

De veiligheidslamp of benzinelamp

Het doel van een veiligheidslamp is het aantonen van koolzuur of mijngas in ondergrondse werken, vroeger ook dienst als lichtbron.

Een defecte benzinelamp kan zeer gevaarlijk zijn.

Om te voorkomen dat een defecte benzinelamp ondergronds komt, moet iedereen die gerechtigd is een benzinelamp te dragende volgende controles goed in acht nemen en telkens weer toepassen.

 

Bij beschadigde onderdelen kan de mijngasvlam door de gaaskap slaan

1 Lamp in ontvangst nemen

Letten op eigen lampnummer

2 Controleer of lamp gesloten is  (boven en   ondergronds      

1. Lampenpot in rechterhand, bovenstel in linker. Beide onderdelen heen en weer draaien, zodat men overtuigd is dat de lamp gesloten is

2 Is de lamp niet voldoende gesloten dan kan mijngasvlam tussen ring en pot naar buiten slaan

3 Controleer haak  (boven en ondergronds)

1 Punt om gaaskap draaien

2 Mag nergens de kap raken 

4 Controleer gaaskap (boven en   ondergronds)

1 Hand tegen het glas houden en van boven door gaasvlam naar de vlam kijken

2 Rondom goed nazien op beschadigingen

3 Controleren of 2 e gaaskap aanwezig is

5 Controleer glas (boven en ondergronds)

1 Of glas niet beschadigd is

2 Of glas vastzit tussen ring en gaaskap

6 Controleer pitsteller (boven en ondergronds)

Vlam moet groot en klein gedraaid kunnen worden

7 Controleer ontsteker (boven en ondergronds)

1 Pit omhoog draaien, lamp ontsteken

2 Of deze goed werkt

8 Controleer pitsteller en ontsteker (boven en ondergronds)

Mogen geen speling hebben

9 Controleer lamp op blaastoestel (Bovengronds)

1 Lamp met pot in houder plaatsen

2 Geheel ronddraaien

3 Vlam observeren of ze niet beweegt

10 Lamp ondergronds controleren op dichtheid

1 Rondom langs boven en onderrand glas blazen

2 Voor pitsteller hand schuin onder pot houden en tegen hand en pot blazen

3 Vlam in beide gevallen observeren of ze niet beweegt of groter wordt

 

Zelfs met een goede veiligheidslamp kan het mijngas-luchtmengsel ontstoken worden en wel

  1. als de lamp met een ruk wordt teruggetrokken uit een ontplofbaar mengsel, of als men haar in zo een mengsel laat vallen of ontsteekt
  2. wanneer zij voor een luchtkoker of voor een blazer gehangen of gehouden wordt
  3. wanneer zij lange tijd in een mijngas-luchtmengsel hangt

 

       ad 1. De vlam van het in de lamp brandend mijngas slaat door de gaaskap

 

ad 2, Deze vlam waait door de gaaskap en ontsteekt dan het mijngas- luchtmengsel buiten de lamp

ad 3. De gaaskap kan gaan gloeien.

 

Om de aanwezigheid van mijngas aan te tonen en om het gehalte ongeveer te bepalen, is de benzinelamp een uitstekend middel.Wanneer een onderzoek naar mijngas wordt ingesteld, moet als volgt te werk worden gegaan; de vlam wordt klein gedraaid, zodat er slechts een klein vlammetje zichtbaar blijft; vervolgens wordt de lamp langzaam omhoog gebracht en bij  afwezigheid van mijngas eveneens langzaam teruggetrokken.

Bij aanwezigheid van mijngas zal zich, om dat kleine vlammetje, een lichtblauwe doorzichtige lichtkegel (aureool) vormen . De lengte van de aureool, dus eigenlijk de lengte van de mijngasvlam geeft het gehalte mijngas aan.

 

Is het mijngasgehalte ± 4,5% dan wordt de aureool (mijngasvlam) zolang, dat ze de bovenkant van de gaaskap raakt. Hangt de lamp enige tijd in een dergelijk mengsel, dan kan de gaaskap gaan gloeien. Een gloeiende gaaskap levert steeds een groot gevaar op, aangezien daardoor het mijngas buiten de lamp ontstoken kan worden. Zodra bij het onderzoek blijkt dat er mijngas aanwezig is, moet de lamp worden teruggetrokken. Het terugtrekken  van de lamp moet voorzichtig moet geschieden, vooral niet met een ruk, omdat bij haastig terugtrekken, de vlam van het mijngas (aureool) door de gaaskap zou kunnen slaan.

 

Is door een of andere oorzaak de gaaskap toch gloeiend geworden, of blijft  de mijngasvlam  (aureool) doorbranden nadat de lamp is teruggetrokken dan mag de lamp in geen geval worden uitgeblazen. De pit moet dan helemaal worden ingedraaid. Vervolgens moet de lamp onder een jas of ander kledingstuk worden geborgen en de post onmiddellijk worden verlaten.

Mocht de lamp tijdens het aflichten zijn uitgegaan dan mag deze niet op dezelfde plaats worden ontstoken. Men moet zich dan naar de verse luchtstroom, waar men de lamp controleert en opnieuw oplicht.

Ook een benzinelamp waarmee een onderzoek op mijngas wordt ingesteld moet eerst worden nagekeken.  Wordt daarbij een fout geconstateerd, doen dove men de lamp en ruile ze in tegen een die onbeschadigd is.

Met een lamp zonder gebreken, kan de ervaren mijnwerker zich in een mijngaslucht-mengsel begeven, zonder dat dit direct gevaar oplevert.

Zodra aan iemand toestemming wordt verleend tot het gebruik van een benzinelamp, worden hem de voorschriften, betreffende het gebruik van deze lamp overhandigd. Deze voorschriften moeten stipt worden nageleefd.

De mening van vele mijnwerkers, dat de lucht, nodig om het branden te onderhouden, door de gaaskap naar binnen stroomt is onjuist. De nodige lucht stroomt naar binnen door de luchtring, die boven op de pot,- dus onder het glas- is aangebracht. De verbrandingsgassen treden door de gaaskap naar buiten.

 

Het mijngasgevaar wordt bestreden, door te zorgen dat in alle gangen en werkpunten voldoende verse lucht wordt toegevoerd. Is het mijngas genoegzaam verdund, dan is het mijngas-lucht mengsel niet meer ontplofbaar.

 

Wordt op een post mijngas geconstateerd, dan moet het werk daar onmiddellijk worden gestaakt.

Het toezichthoudend personeel  moet terstond van de situatie op de hoogte worden gebracht. De post moet direct worden afgezet, opdat niemand die plaats kan betreden.

 

Komt men bij het begin van een dienst op de post en merkt dat de ventilator stop staat, dan moeten de voorschriften van de betreffende mijn worden opgevolgd

(de ventilator mag nooit worden aangezet, want dit kan ernstige gevolgen hebben)

                                                          

                    1980

                       

                        Hückelhoven Ratheim  Mijn Sophia Jacoba                                  Bild Frank Glaubitz

 

 

 

                        grubenbrand  Copyright DBT Lünen?  (svp melden,bitte melden) 

                              Brand in een mijn (Grubenbrand)

 

 

Kolenstof

Behalve het mijngas kan ook kolenstof, vooral in de allerfijnste vorm, een groot gevaar opleveren. Kolenstof is in de mijn bijna overal aanwezig. Bij magere kolen , dus kolen , die weinig vluchtige stoffen bevatten, is dit stof ongevaarlijk. Het kolenstof van vet-, vlam-, gas- en gasvlamkolen, kan echter als het met lucht vermengd wordt tot ontploffing komen (bijvoorbeeld bij een mijngasontploffing of bij het schieten). In mijnen waar dergelijke kolensoorten worden gewonnen kan een mijngasontploffing zich voortplanten als een kolenstofontploffing.

 

Het gevaar wordt bestreden door middel van :

Zo weinig mogelijk stof produceren.

Injecteren (water onder hoge druk persen) in de kolenlagen.

Goede kolenverwerking. ( grote brokken winnen)

Afremmen van kolen als deze te snel door de transportmiddelen glijden.

Valhoogten zo laag mogelijk houden. Dit is bijvoorbeeld bij overgangen van transportbanden en laadkasten.

Op de bewuste plaatsen en in de pijlers sproeiers aanbrengen.

 

Aanwezig stof nat houden zodat het niet kan op en wegwaaien

 

Het stof vermengen met steenstof.

Deze wordt in de gangen gestrooid. Voordat men daar mee begint moet de aanwezige stof op kappen en wanden worden verwijderd als deze stoflaag dikker is dan 2 millimeter.

Proefondervindelijk is bewezen dat de gevaarlijke kolenstof niet meer ontplofbaar is, indien het mengsel van steen en kolenstof minsten 50% steenstof bevat.

 

Steenstofgrendels 

Als voorzorgsmaatregel om te voorkomen dat een mijngasontploffing zich verder in een mijn voortplant worden planken met steen, mergel en kalkstof onder de kappen in gangen opgehangen.

Wanneer een ontploffing plaatsvindt worden de steenstofgrendels door de luchtdruk omver geworpen.De steenstof valt naar beneden en dwarrelt op en vormt daardoor een stofgordijn.

De steekvlam die achter de luchtdruk aan komt verstikt daardoor.

 

Het meten van de aanwezigheid van de  hoeveelheid stof gebeurt met onderstaand instrument.

Het principe van de Tindalloscoop is, dat de lucht die vervuild is met stof een andere brekingsindex heeft dan schone lucht..

1955 tindalloscop uitsnede

 

Hier onder:

 

Een praktische opdracht gemaakt door een leerlinge van het Sintermeertencollege

(Noot van de webmaster) Ik ben blij dat de jeugd zich verdiept in de “mijnbouw”. En zeker in een heel moeilijk en belangrijk onderdeel zoals jij hebt ingezonden .

Proficiat en dan spreek ik namens veel kompels.

 

P.O. Geschiedenis 01

MijnVerleden

 

                                       

 

Img1115

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                   Lieke Grassère                                                                                                  H4c

                                                                                                  2004-2005 Smc

                                                                     o.l.v.

Mevr Beusekom


Inhoudsopgave:

 


*    Inleiding

*    Hoofdvraag: Hoe belangrijk was de Veiligheidslamp voor een mijnwerker?

*    Welke vragen wil ik allemaal beantwoord hebben in mijn Praktische Opdracht?

Wat was de Veiligheidslamp en Hoe werkte deze?

Waarvoor werd deze lamp gebruikt?

Waren er nog meer soorten lampen?

Hoe en waarom werd men een mijnwerker?

Wie was de mijnwerker en hoe leefde hij?

Had de veiligheidslamp waarde voor de mijnwerker?

*    Evaluatie

Inleiding

Mijn Praktische opdracht van geschiedenis gaat over Mijn Verleden, waarbij we een voorwerp uit moesten kiezen dat met de Mijnen te maken heeft. Het voorwerp dat ik gekozen heb is de Veiligheidslamp, ook wel de Safety lamp genoemd. Het thema wat hierbij hoort is Werken. De vragen bij het thema Werken en de Kijkwijzer op de site www.mijnverleden.nl horen hierbij.

Ik heb mijn werkstuk verdeeld in een hoofdvraag en in vragen die ik graag beantwoord zou willen hebben in mijn Praktische Opdracht. Deze staan wel door elkaar heen in het werkstuk maar dat maakt niet uit, zolang ik er maar antwoord op krijg. Op deze manier van werken kom ik makkelijker achter het antwoord op de hoofdvraag. Hierdoor is het antwoord op de hoofdvraag dan ook korter dan de antwoorden op de vragen, want het antwoord geef ik als een korte samenvatting, van alle informatie en antwoorden op de vragen.

*     

*    De hoofdvraag: Hoe belangrijk was de Veiligheidslamp voor een mijnwerker?

 

De veiligheidslamp was voor de mijnwerker een van de belangrijkste dingen onder de grond. Het had een belangrijke functie die voor iedereen heel belangrijk was. Het lette op het mijngas en op het koolzuurstof. De lamp was dus belangrijk voor de gezondheid en de veiligheid van de mijnwerker, dat waren zowat de belangrijkste punten voor de koempel.

Na werktijd had deze lamp geen speciale functie of waarde voor de koempel. De lamp was een heel lange tijd aanwezig en heel belangrijk voor het verder werken in de mijn. Maar in de tijd dat de veiligheidslampen verdwenen en de gasmeters elektronisch werden, hadden de Davy lampen een minder grote functie.

De Veiligheidslamp van sir Humphry Davy was naderhand wel altijd leuk als aandenken. Veel nu bejaarde mensen die vroeger in de mijnen hebben gewerkt, hebben misschien nog wel zo eentje thuis staan, om toch het harde werken van vroeger niet te vergeten. Het verleden is erg belangrijk voor de oud generatie. Er zijn genoeg mensen die door het werken in de mijn vaak vrienden of kennissen zijn verloren door een ongeluk in de mijn. De spreuk: Glück Auf! Zal dan ook nog wel zeker iedere mijnwerker of iedereen die daarmee verwant was, kennen. Het betekende een veel geluk en kom goed terug. Dat was een algemene vertaling. Bijna iedereen had daar wel een andere mening uit maar dit was zo ongeveer de meest algemene.

Nu zijn er heel veel verschillende dingen die aan het mijnverleden terug denken. Zo kun je bijvoorbeeld een kolenbrik kopen met bijvoorbeeld de O en de N. Dat staat dan voor de Oranje Nassau. Dat was de mijn waar die brik dan vandaan kwam.

*              Wat was de Veiligheidslamp en hoe werkte deze?

De veiligheids lamp wordt ook wel de Safety lamp genoemd. In 1815 is deze uitgevonden door Huprhy Davy. Davy was geboren in 1778 in Penzance. Davy had meerdere belangrijke bedragen tot de geschiedenis, maar een van de belangrijkste was toch wel dat hij de fabrikanten aanmoedigde om een wetenschappelijke benadering van productie te kiezen. Zijn uitvindingen/ontdekkingen in de chemie hielpen verschillende industrieën te verbeteren, bijvoorbeeld de Mijnindustrie, de landbouw en het looien. 

Toen hij voor de Maatschappij voor het Verhinderen van Ongevallen in Kolenmijnen, de voorwaarden waarop de mengsels van mijngas en lucht exploderen bestudeerde leidde dit uit tot de uitvinding van de miner’s safety lamp en tot verder onderzoek naar de vlam.

Humphry Davy stierf in 1829.

 

De veiligheidslamp is een belangrijke uitvinding in de mijnindustrie geweest. Deze lamp gaf niet zoals gewoon alleen maar licht, maar liet ook zien wanneer er een te hoge concentratie aan mijngas was. Want zodra er teveel mijngas samen met een bepaalde hoeveelheid zuurstof in een ruimte aanwezig is, is er ontploffingsgevaar. Ontploffingen zijn natuurlijk altijd gevaarlijk , maar vooral toen in de mijnen. Het was diep onder de grond, in kleine en enge ruimten, en dat vergroot de kans op instortingsgevaar. Als dat gebeurde kon men nog niet zo snel weg, of gered worden. Explosies van mijngas  is een van de grootste veroorzaker van ongelukken in de mijn. Dit was, op instorting en vallend gesteente na, de grootste doodsoorzaak onder de mijnwerkers.

Maar hoe werkt deze lamp nu eigenlijk?

 

davy lamp plaatje met pijlen en uitleg daarvan

Het ideale aan deze lamp is dat het kopergaas gaat (gloeien).* (lieke zie opmerking)

Dat was het teken dat men moest zorgen dat ze daar weg kwamen. Het kapje van de lamp had niet echt een heel belangrijke functie. Het zat daar ook voor de beschermingnet als het omhulsel. Het zat daar ook voor de bescherming net als het omhulsel. Het hengsel spreekt natuurlijk ook voor zich zelf. Een opzichter hing de lamp aan zijn lus van zijn werkkleding. Of ze werd en opgehangen aan plaatsen waar licht nodig was,hoewel ze niet veel licht afgaven, of waar een gasmeting moest plaatsvinden.

* Opmerking: Het prıncipe van de  werking van de mijnlamp is de hoge warmtegeleidingcoëfficiënt van het koper van het gaaskapje. Het mıjngas kan wel ın de lamp, maar de warmte van de vlam wordt door het koper afgevoerd zodat het gas buıten de lamp nıet ontstoken kan worden. Het gas gaat in de lamp branden. Gaat het gaas gloeıen dan ıs het echt 'foute boel' want dan wordt het gas buıten de lamp wel ontstoken. Voor de veiligheid ıs de gaaskaap dubbel uıtgevoerd.

 

Door de constructie, namelijk een dubbele gaaskap, gemaakt van kopergaas waarbij op elke vierkante centimeter 144 gaatjes zitten, kan het gas wel naar binnen stromen maar de vlam kan als gevolg van hoge warmteafvoer het kopergaas niet uitslaan.

De benzinelamp wordt brandend meegenomen. Hij dient dan voor verlichting. De Wik staat hoger zodat

een gele lichtgevende vlam aanwezig is.

De werkplek moet opgeruimd zijn om struikelen tijdens de meting te voorkomen.

Voordat men gaat meten wordt de wik omlaag gedraaid zodat een klein vlammetje overblijft in de vorm van een druppel.

Eventuele elektrische verlichting wordt gedoofd.

Voor de mijngasmeting plaatst men de lamp in de palm van de hand en tast met de lamp rustig in de ruimte aan het plafond af. Mijngas is lichter dan lucht dus het drijft op de lucht en stijgt naar het plafond.

De benzine lamp is ook geschikt voor het vaststellen van het zeer gevaarlijke koolzuurgas.

Koolzuurgas is verstikkend. Het is zwaarder dan lucht, waardoor het zich verzameld in de lagergelegen ruimten. Het menselijk lichaam signaleert de aanwezigheid van koolzuurgas niet. Ongemerkt verliest men het bewust zijn en valt om, waardoor men geheel in het verstikkende gas terecht komt.

Voor de koolzuurgasmeting neemt men de lamp bij de haak vast en tast met de lamp rustig de vloer af. Bij aanwezigheid van koolzuurgas zal de lamp doven.

Bij weeromslag, een depressie, is een verhoogde kans op gasuitstroom.

Als waarschuwing brandt dan bij de schacht de ‘rode lamp’. Dit was voor iedere mijnwerker een duidelijk teken dat er gevaar was en dat je dus moest oppassen.

 

Dus de Davy lamp had meer functies dan ik had verwacht. Mijn verwachting was dat hij alleen licht gaf en mijngas opspoorde, maar nu blijkt dus dat hij ook het koolzuurgas meet .

 

Maar de davy lamp was belangrijk. Voor iedereen die onder de grond werkte. Niet alleen voor het licht, maar als de lamp er niet was, was men niet goed genoeg op de hoogte van het gevaar onder de grond.  Wist men namelijk niet dat er mijngas in een bepaalde ruimte was en je ging daar even lekker boren, kon het gebeuren dat zelfs een heel deel van de mijngang instortte waardoor misschien weer heel veel doden konden vallen.

 

Natuurlijk had niet iedereen een Davy Lamp, veiligheidslamp. De lampen waren vrij kostbaar en werden daarom niet aan iedere ‘koempel’ gegeven. De gewone mijnwerkers zoals de slepers, de hulphouwers en houwers kregen er geen. Daar was dat al zelf iets van verlichting maar niet zo iets als de veiligheidslamp. Koempels met andere functies, zoals de fahrstieger, oftewel de Meesteropzichter, de opzichter, de meesterhouwer en de schiethouwer beschikte wel over deze lamp. Hun functie was hoger en misschien in sommige opzichten belangrijker. Het was natuurlijk niet zo dat de veiligheidslamp de enige soort lamp in de mijn was er waren natuurlijk ook vereenvoudigde lampen die niet dat dubbel kopergaaskapje hadden. Deze waren alleen voor het licht. Het was natuurlijk ook niet zo dat de veiligheidslamp het enige soort lamp in de mijnen is geweest sinds de mijnen open waren. In de tijd voor de veiligheidslamp waren de lampen veel meer vereenvoudigd. Gewoon een kaars, of een klein vlammetje was genoeg vond men toen. Ze wisten toen natuurlijk ook niet beter. Die waren logischerwijs ook veel gevaarlijker, zo openvuur in een ruimte waargas kon zijn. Voor het opsporen van gas hadden ze in de tijd een musje in een kooi of muizen. Als deze dan dood omvielen wisten ze dat ze moesten maken dat ze wegkwamen. Ze kozen extra voor deze dieren want die waren daar gevoelig voor.

De tijd na de veiligheidslamp was qua techniek veel verder gevorderd. Men wist veel meer en had de accu uitgevonden. Hierdoor kwam de lamp die op de veiligheidshelm zat gemonteerd en met een snoer aan de accu zat die de mijnwerker zelf bij zich droeg. Van deze lampen had IEDEREEN een, een groot verschil met de veiligheidslamp. De lamp was in gebruik veel handiger, want men had de handen vrij. De invoering van deze elektrische lamp wilt niet zeggen dat de Veiligheidslamp van sir Humphy Davy nooit meer gebruikt werd. Integendeel. Tot de tijd dat men de gemoderniseerde gasmeters had uitgevonden werden deze lampen nog optimaal benut.  

http://home.planetinternet.be/~mimmo/IMG00004141202A.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat waren de beroepen ondergronds?

Er was een opleiding voor de het werk in de mijnen ondergronds. Die opleiding heette de OVS, de Ondergrondse Vak School. Deze opleiding was uitsluitend voor het werk ondergronds. Voor werk bovengronds was de BVS, de  Bovengrondse Vak School.

http://home.planetinternet.be/~mimmo/het_zw2.jpgJe kon verschillende richtingen uit onder de grond. De beroepen/functies van laag naar hoog:

 -    de sleper

-   de postsleper

-   de hulphouwer

-   de houwer

-   de schiethouwer ook wel ploegbaas of voorman genoemd

-   de meesterhouwer

-   de opzichter

-   en de Meesteropzichter, ook wel der Fahrstieger genoemd

 

Hoe werd je een mijnwerker?

 

Jongeren van 14 tot 18 jaar volgden de Ondergrondse vakschool. Dat was de voorloper van de mijnschool. De MVS, wat mijnbouwkundige vakschool betekent.

Men begint als sleper, postsleper, hulphouwer en uiteindelijk houwer.
Als je heel goed functioneerde kon je meesterhouwer worden en eventueel dienstdoend hulpopzichter.
Om te kunnen functioneren als leidinggevende ging men naar de mijnschool en leert daar voor opzichter.

Natuurlijk waren de beroepen ondergronds allemaal gevaarlijk en niet goed voor je gezondheid, maar hoe hoger je functie was, hoe beter de omstandigheden voor je waren. Dat wil niet zeggen dat je geen gevaar meer loopt, die kans hield je altijd. Er hoefde namelijk maar iets fout te gaan en er kon een ongeluk plaats vinden, dat vaak de grootste gevolgen kon hebben.

De invloeden van deze mensen waren allemaal verschillend maar toch allemaal vrij belangrijk. Als een sleper niet goed deed aanvoeren kon een hulphouwer niet verder. Elk beroep ondergronds had invloed op elkaar. Bovengronds was dat minder, maar ook daar was samenwerking belangrijk.

Wat waren motieven om in de mijn (en verwanten zoals smederijen en wasserijen) te gaan werken?

 

Meestal was werken in de mijn noodzaak. Jeugdigen werden verplicht door ouders, ouders die de droom van hun zoon of dochter kapot maakten. Er waren bijvoorbeeld jongens die graag beroepsmilitair wilde worden, maar toen na dienstplicht, van hun ouders verplicht moesten terug komen om in de mijn te werken en het, meestal grote, gezin te onderhouden. Er waren veel van deze voorbeelden. Richting het einde van de mijnperiode werkten er alleen mannen en jongens ondergronds. In de tijd van Vincent Van Gogh werkte er ook vrouwen en jonge kinderen in de mijn. Toen was er nog niet veel van techniek die de mens ontlastte. In de Belgische mijnen werkten vrouwen, meisjes en jonge kinderen langer in de mijnen dan in Nederland. Hier is dat in een bepaalde periode verboden geworden. Vrouwen zorgden meestal voor de kinderen, totdat de jongens oud genoeg waren voor in de mijn, en de meisjes oud genoeg voor op  kantoor schoon te maken of om administratie bij te houden.

Er waren natuurlijk nog wel meer beroepen in de buurt die je kon uit oefenen, zoals bij de bakker. ’s Morgens om 6 uur beginnen tot ’s avonds 6 of 7 uur, dag in dag uit, en dan een habbekrats als 2 gulden en 50 cent krijgen. Voor een hele week werken.

Veel jongeren die dan geld hadden verdiend, kwamen dit hele bedrag af te dragen aan zijn of haar ouders. Het kwam maar zelden voor dat ze dit, al was het maar voor een deel, zelf konden houden.

De jeugd was meestal wel zo eerlijk en gaven al het geld bij hun ouders af, ze konden dan ook niet anders, ze werden gecontroleerd. Op de uitbetaaldag kreeg je eerst een loonstrookje, waarop stond hoeveel je had gewerkt en hoeveel je daarvoor zou ontvangen. Had je het formuliertje, kon je verder lopen naar de kassa, daar werd je uitbetaald. Als je dan buiten kwam zag je vaak vrouwen met hun kinderen staan die het geld van hun man/ vader kwamen innen.

 

De jeugd was eerlijk, een enkele volwassene soms niet.  Zij gingen bijvoorbeeld na de nachtdienst naar het tegenoverliggende café waar ze zich tegoed deden aan drank en brood, daar bleven ze meestal tot de baas van het café zei dat het tijd was om weer op nachtsjiech (nachtdienst) te gaan. Ze kwamen vaak niet eens thuis. De vrouw des huizes zat dan te bidden in de hoop dat hij nog terug kwam en haar niet alleen achterliet met een groot gezin dat vaak bestond uit 7 à 9 kinderen. Het nuttigen van de drank en brood in het café was echter niet voor niets. Als uitbetaaldag was en de vrouw het salaris binnenkreeg, moest eerst een grote schuld worden afgelost bij het café. Het geld dat overbleef was natuurlijk vaak te weinig om goed van rond te komen. Vaak was het zo dat de man niets leerde van zijn stommiteit en het geklaag en angst van zijn vrouw. En hij zette op de zelfde wijze zijn routine voort.

 

De mijnwerker had niet altijd een leventje dat over rozen ging. Hij moest hard werken. Het werken in de mijn was heel zwaar en zeer slecht voor de gezondheid. Als je ziek was kreeg je geen uitkering zoals we dat nu kennen. Misschien wel een kleine tegemoetkoming, maar nooit voldoende om van rond te komen. De angst om dan ook een ongeluk te krijgen was heel groot, want stel dat de man stierf, of gehandicapt raakte was een drama. Dan moest de vrouw alleen voor een groot gezin zorgen. Vaak een gezin met 7 à 9 kinderen.

De mijnwerker woonde met zijn gezin vaak in de nu typische mijnwerkershuizen. Hoewel de mijnen reeds gesloten zijn, zijn de huizen nog steeds te zien. Niet als een museum, maar gewoon als woonhuis. Op Heksenberg en in een deel van Heerlen zijn veel van de huizen te zien en zijn nog steeds in een goede staat. Ze hadden echt een typische uitstraling. Er was meestal een kachel in huis want centrale verwarming was toentertijd nog niet. De mijnwerkerswoning was (* zie passage ) natuurlijk niet zo schoon als een woning van iemand die niet in de mijn werkte. Het huis van een mijnwerker was toch iets zwarter, door bijvoorbeeld de stof.  

In 1965 kwam het besluit dat alle mijnen in Limburg gesloten zouden worden. Bij de ongeveer 40.000 mijnwerkers kwam dit bericht als een donderslag bij heldere hemel. Na dit bericht kwam er veel werkeloosheid en daardoor natuurlijk armoede.

Opmerking webmaster (*bedoeld wordt: van buiten niet zo schoon als woningen die niet in de buurt van de mijn lagen). In huis was alles piekfijn in orde.

 Evaluatie

Dit werkstuk was onwijs veel werk, maar wel leuk om te maken. De tijd van de mijnbouw interesseert mij wel. Vandaar dat ik heel veel onderzoek heb gedaan naar de meningen van oude ex-mijnwerkers. Ze vertelden hoe het er aan toe ging en wat ze allemaal mee maakten. Aan mijn opa “Tinus Schuler” ook wel bekend als May heb ik veel hulp gehad en aan Wim Schoenmaekers van het Geon in Heerlen ook. Wim heeft mij informatie en sites toegestuurd waar ik echt heel veel mee kon doen, dus als hij ook de mogelijkheid heeft om dit te lezen wil ik hem bij deze heel hartelijk bedanken.

 

 

 

 

 

 

 

Glück Auf!                                   Naar hoofdpagina  klik          : hier